Beelddenken, meer dimensionaal denken

Beelddenken, meer dimensionaal denken

Informatieverwerking gebeurt bij mensen op verschillende manieren. Een daarvan is het beelddenken, ook wel meer dimensionale denken genoemd. Een veel gehoorde uitleg is dat beelddenkers zonder woorden denken. Maar het is de vraag of dat waar is. Om ordening aan te brengen in hun beeldende gedachten zijn woorden nodig. Het is dus niet zo dat beelddenkers zonder woorden denken.

Hoe werkt dat dan; beelddenken?

Denken is een activiteit. Onze geest is er voortdurend mee bezig. En zoals bij veel menselijke activiteiten moet het denken ontwikkeld worden. De potentie is aanwezig en wat we er mee doen, hangt af van wat we er zelf mee doen en de prikkels die we uit onze omgeving krijgen. Maar meestal zijn we ons daar niet van bewust.

Iedereen kan beelddenken, maar er zijn mensen die dit meer doen dan anderen. Dit hebben we de naam beelddenken gegeven. Beelddenken is gebruik maken van je verbeelding om meerdimensionaal te denken. We noemen dit meerdimensionaal omdat er verschillende niveaus van waarneming worden gebruikt en door verschillende dimensies heen beweegt. Dit in tegenstelling tot woorddenkers die waarbij het denkproces zich in een lineaire volgorde beweegt.

Vaak zijn beelddenkers zich helemaal niet bewust van hun snelle associatieve geest. Sterker nog, door het leersysteem waarin ze groot worden gebracht, vinden ze zichzelf vaak dom, omdat ze niet zo snel leren lezen als anderen. Krijgt een beelddenker wat hij nodig heeft om te leren, dan kan zijn proces werkelijk op gang komen.

Beelddenkers hebben zowel vrijheid als discipline nodig. Ze zijn van nature nieuwsgierig, intens en gevoelig. Ze willen altijd weten hoe iets i elkaar zit. Ze moeten kunnen zien wat iemand hun vertelt of probeert te leren.

Belangrijk is dat beelddenkers eerst begrijpen hoe zij leren en dit accepteren. Dan kunnen ze hun voorstellingsvermogen gebruiken ten behoeve van hun eigen leerproces.

Vermogen om te focussen

Om verbeelding als talent te gebruiken is het belangrijk om aandacht te kunnen richten. Eerste de lichamelijke focus; welke positie neemt het lichaam in t.o.v. de omgeving. Zijn er afleidingen? Dan de mentale focus. Als die twee zich verbinden komt er ruimte voor spirituele focus. Zoals Spinoza al schreef; het is de spirituele focus, het onmiddellijke weten, die ons bewust maakt van onze plek in het grotere geheel. Als je je daar bewust van bent van wat je weet, dan is de volgende stap om het onder woorden te brengen.

 

Aandacht en beelden

Wanneer je aandacht niet door iets wordt vastgehouden, dan drijft de geest af. Beelden vloeien in elkaar over en verdwijnen weer in het niets. Aandacht en onze taal maakt het mogelijk om deze beelden om te zetten naar woorden. Voor beelddenkers is het een vrij algemene ervaring dat het moeilijk is om beelden onder woorden te brengen. Je doet een poging, maar komt niet bij de essentie van wat de beelden betekenen. Anderen doen aanvullingen en toch blijft het incompleet. Je neemt uiteindelijk genoegen met de uitleg die er het dichts bij in de buurt komt. Deze ervaringen lijken er dan ook op te wijzen dat het mogelijk is om zonder taal te denken, maar dat er een structuur nodig is om deze vorm van denken ook te kunnen gebruiken.

Hoe kom je erachter of je een beelddenker bent.

Het is niet gemakkelijk om je eigen denken te vergelijken met die van een ander. Het is niet echt meetbaar of je meer gebruik maakt van beelden in het denken dan iemand anders. Beelddenkers zijn zich daarbij vaak niet eens bewust van hun vermogen om dingen te visualiseren.  Er is wel een overzicht van eigenschappen van beelddenkers waar je je misschien in herkent.

  1. Nieuwsgierigheid; de meest belangrijke eigenschap van beelddenkers en de drijfveer voor alles wat ze doen. Vragen stellen, uitvinden, uitproberen.. Ze willen precies weten hoe het werkt.
  2. Intensiteit; het vermogen om diep op iets in te gaan. De keerzijde is dat ze zo diep in de materie opgaan dat ze afdwalen van het onderwerp.
  3. Essentie; een grote behoefte aan echtheid, de essentie en duidelijkheid. Ze zijn van nature eerlijk en oprecht. De essentie speelt ook in het leerproces ene belangrijke rol. Als ze denken dat iets onbelangrijk is of onnodig, dan zijn ze niet gemotiveerd om dat te leren.
  4. Excellentie; ze excelleren graag en willen graag de dingen goed doen. Vooral bij de meer intelligente beelddenkers gaat het meer om het proces en de inhoud dan om het resultaat.
  5. Vrijheid; de behoefte aan vrijheid om talenten de ruimte te geven is groot. Er is vrijheid nodig om ontdekkingen te doen. Wanneer de fysieke vrijheid wordt beperkt, gaat een beelddenker in gedachten deze vrijheid opzoeken.
  6. Logica; door hun uitstekende logica hebben ze snel ene helder inzicht in de situatie.
  7. Gevoel; beelddenkers gaan sterk op hun gevoel af en kunnen daardoor ook erg emotioneel reageren. Ze zijn lichamelijk vaak erg gevoelig.
  8. Verbeeldingskracht; hun verbeeldingskracht zorgt ervoor dat ze creatief zijn en een groot gevoel voor humor hebben. De verbeelding kan tot uiting komen in mentale beeldvorming, voorstellingsvermogen of fantasie.
  9. Creativiteit; het vermogen om verbinding te maken met de bron van ons bestaan, de meerder dimensies waaruit we bestaan. Creativiteit heeft verbeeldingskracht nodig om tot uiting te komen. Vertrouwen hebben om de verbinding aan te gaan is belangrijk om creativiteit tot uiting te laten komen.
  10. Synesthesie; informatie met meerder zintuigen tegelijk binnenhalen en opslaan.

Wat hebben beelddenkers nodig?

Inzicht in de essentie! Ze willen weten waar het echt om gaat. Dat motiveert en stimuleert hun leerproces. Om dat inzicht te krijgen, moeten ze een zelfbeeld hebben en onderscheid kunnen maken tussen verbeelding en de werkelijkheid. Dit onderscheidingsvermogen moet zowel auditief, visueel als gevoelsmatig ontwikkeld worden. Dan wordt het mogelijk om te focussen op de informatie die belangrijk is.

Menu